Bankieren 101 – deel 1: geldcreatie

Wanneer het over bankieren gaat merk ik nu en dan toch wel dat er nog wat misverstanden bestaan. Ik wou al eens een eerste misverstand uitleggen in een blogpost, toen ik besefte dat ik er eigenlijk ook nog wel wat andere kan uitleggen. Niet omdat ik de koning-van-het-uitleggen-der-misverstanden ben, maar wel omdat ik hier en daar eens wat informatie ben gaan opzoeken om het systeem beter te begrijpen. En die informatie is niet altijd even begrijpelijk. Dus ik wou zelf eens een poging wagen om het beter aan de man te kunnen brengen. Maar om het kort te houden ga ik het spreiden over meerdere posts. Vandaag komt de holy grail van het bankieren: geldcreatie.

Veel mensen denken dat een bank spaargeld neemt van mensen en datzelfde geld vervolgens uitleent aan andere mensen. Maar dat klopt eigenlijk niet. Laten we de balans van een hypothetische bank als voorbeeld nemen. Links staan de activa, of bezittingen. Rechts staan de passiva, of financieringsbronnen. Alles wat links staat, moet rechts een match vinden. Alles wat je in je bezit wil hebben, moet gefinancierd worden. Vandaar dus de term “balans”. Bijvoorbeeld:

balans1

Deze balans is een snapshot op één moment. Hoe de bank tot deze situatie gekomen is, is voorlopig niet belangrijk: neem dat gewoon aan. Het ziet er momenteel als volgt uit voor onze hypothetische bank: ze heeft 100 euro eigen vermogen (geld dat toekomt aan aandeelhouders) en 900 euro deposito’s (geld dat toekomt aan spaarders). Daarmee financiert de bank 900 euro aan leningen, en de overige 100 euro houdt ze aan als reserves. Reserves zijn het geld op zichtrekening van de bank zelf, bij de centrale bank. Jij, ik, andere mensen en bedrijven hebben onze zichtrekening bij onze eigen bank. Maar de bank zelf heeft ook een zichtrekening, namelijk bij de centrale bank of de “bank van de banken”. Verwar deze reserves trouwens niet met reserves die in boekhoudtaal ook wel eens bij de passiva onder het eigen vermogen terecht kunnen komen. Die laatste zijn immers winsten die je aan de kant zet om later te gebruiken voor bepaalde doeleinden. Reserves aan de activa-zijde zijn typisch voor banken. Bij gewone ondernemingen heet die rekening gewoon “bankrekening” of iets dergelijks, maar bij banken zelf spreekt men dus van “reserves” bij de centrale bank.

Nu stel dat iemand aanklopt bij deze bank voor een lening, bijv. jij voor de financiering van je gloednieuwe appartement. Je hebt daarvoor 20 euro nodig. Wat zal er dan gebeuren? Wel, de bank zal niet eerst op zoek moeten gaan naar die 20 euro om ze vervolgens aan jou te kunnen uitlenen. Neen, de bank zit in de unieke situatie dat ze die 20 euro gewoon rechts mag bijschrijven. Dat mogen ze perfect, zonder ze eerst ergens te moeten zoeken. In de praktijk maken ze voor jou een zichtrekening aan, zetten ze daar 20 euro op. Uit het niets. Geldcreatie! De balans ziet er dan als volgt uit:

balans2

De zichtrekening staat nu onder de passiva bij deposito’s en de lening staat aan de linkerkant bij de activa. De balans is terug in evenwicht. Belangrijk om te beseffen is dus dat de volgorde niet (!!!) als volgt ging:

balans3

Als je deze volgorde zou aanhouden dan volg je inderdaad het klassieke misverstand. Eerst geld ophalen bij spaarders, waardoor deposito’s stijgen met 20, en dit geld eventjes bijhouden als reserve, waardoor reserves stijgen tot 120. En daarna dit geld van de reserves wegnemen en aan jou geven, waardoor reserves terug dalen tot 100 en leningen stijgen tot 920. Maar zo werkt het dus niet. De enige stap die nodig is om jou aan je lening te helpen, is het crëeren van een zichtrekening en daarop 20 euro giraal geld zetten op jouw naam. Klaar.

Dat wil echter niet zeggen dat stap 1 hierboven niet kan plaatsvinden. Tuurlijk, als ik mijn spaargeld verhuis van bank A naar bank B, dan zal stap 1 het logische gevolg zijn voor bank B. Maar als bank B mij dan die lening wil toekennen, dan zal dat niet volgens stap 2 hierboven zijn. Neen, ze zal dan opnieuw deposito’s creëren uit het niets. We krijgen dan:

balans4

Je ziet dus dat de deposito’s van onze hypothetische bank uiteindelijk tot 940 gestegen zijn. 20 komt van andere spaarders en 20 komt van de nieuwe lening. Het geld dat van andere spaarders komt heeft de totale geldhoeveelheid in de economie niet veranderd. Bij een andere bank zijn de deposito’s immers gedaald met hetzelfde bedrag. Echter, stap 2 heeft de totale geldhoeveelheid wel doen toenemen, want die 20 euro komt uit het niets.

Dit is dus de manier waarop een commerciële bank, het kantoor bij jou om de hoek, geld kan creëren uit het niets. Als jij om je lening gaat vragen, en je krijgt ze, dan wordt dat bedrag aan giraal geld uit het niets gecreeërd. Het moet nergens gezocht worden, het wordt gewoon gecreeërd. Door die lening zal de totale geldhoeveelheid in onze economie stijgen. En ook: bij iedere afbetaling zal de totale geldhoeveelheid terug dalen: de lening aan de activa-zijde zal dalen in waarde vanwege je terugbetaling, en de deposito’s aan de passiva-zijde zullen ook dalen. Op dat vlak heeft de bank dus geen enkel voordeel bij dat “zomaar” geld kunnen creëren. Ze maakt geld voor je lening, en ze vernietigt geld wanneer je terugbetaalt. De rente is een extratje, en die mag ze zelf houden, maar dat is dan vooral een compensatie voor het kredietrisico dat ze neemt. Immers, als jij niet terugbetaalt moet ze de verliezen van het gecreeërde geld tot zich nemen. En dat risico nemen ze niet zomaar.

Nu, een bank kan niet zomaar onbeperkt geld creëren, want dan ontstaan er gevaren. Daarover zal ik het hebben in deel 2.

 

3 gedachten over “Bankieren 101 – deel 1: geldcreatie

  1. Pingback: De ECB verlaagt de rente: waarom? | De blog van Kurt

  2. Dank voor de heldere uitleg maar het stuk werpt voor mij een nieuwe vraag op. Als deposito’s niet uitgeleend worden, waarom kunnen ze dan in gevaar komen als een bank in de problemen komt?

  3. Thomas, bedankt voor je vraag. Wanneer een bank (of eender welke onderneming) failliet gaan, wil dat zeggen dat ze haar schulden niet langer kan voldoen. Dat zijn schulden aan obligatiehouders, spaarders, aandeelhouders, enzovoorts. Bij een faillissement is het altijd hetzelfde plaatje: de activa worden verkocht en daarmee worden de schuldeisers afbetaald in volgorde van “belang”. Die volgorde is bekend wanneer je schulden aangaat trouwens. Aandeelhouders komen helemaal achteraan, die zijn doorgaans alles kwijt. Nu stel dat de activa vééééél minder waard zijn dan alle uitstaande schulden, hoe zal men dan de spaarders terugbetalen? Inderdaad: hier ontstaan dan problemen.

    Dit staat los van de manier waarop deposito’s en bijbehorende activa tot stand komen. Deposito’s worden gecreëerd bij het toekennen van een lening. Ze worden niet eerst opgehaald en daarna uitgeleend. Op de balans ziet het er uiteindelijk hetzelfde uit, dus dat maakt niet veel uit. Maar bij een faillissement moeten schuldeisers terugbetaald worden, en indien er niet genoeg activa zijn, dan zal dat niet (volledig) lukken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s