Geldcreatie. Get your money for nothin’, get your chicks for free.

Get your money for nothin’, get your chicks for free, zingt Mark Knopfler wel eens, terwijl hij er tegelijkertijd een kick-ass gitaarriffje over gooit. Ik ben een financieel econoom, dus mijn onderzoek gaat eigenlijk maar over één ding: geld! Over die “chicks for free” heeft een academicus doorgaans niet veel te zeggen… Maar soit.

Geld is in normale omstandigheden vrij eenvoudig. Je krijgt iedere maand je loon of een ander inkomen, geeft wat uit hier, geeft wat uit daar, je doet een overschrijving, betaalt met een credit card, enzovoorts. Maar geld is complexer dan je denkt. Waarvan komt geld? Hoe wordt het gemaakt? En wie maakt het? Enzovoorts. Onlangs schreef de Bank of England twee mooie stukjes in hun Quarterly Bulletin die dieper ingaan op wat geld is en hoe het gecreëerd wordt. Die stukjes kan je hier en hier vinden. De stukjes zijn eenvoudig geschreven, maar je bent er wel even mee bezig. Daarom zal ik in deze blogpost de belangrijkste zaken een beetje samenvatten.

Wat is geld?

Geld wordt doorgaans gedefinieerd door te kijken naar de eigenschappen waaraan het moet voldoen. Dit zijn er drie:

  1. Ruilmiddel of “medium of exchange”. Geld moet je kunnen gebruiken om transacties mee te doen. Iets dat je wil hebben omdat je het uiteindelijk wil wisselen tegen andere zaken en niet omdat je het geld zelf wil hebben.
  2. Rekeneenheid of “unit of account”. Met geld moet je kunnen rekenen en goederen en diensten moeten een waarde krijgen. Dit kan met geld, bijvoorbeeld het aantal euro dat je betaalt voor een blik cola.
  3. Opslagmedium of “store of value”. Van geld moet je kunnen verwachten dat het zijn waarde redelijkerwijs zal behouden op een vrij voorspelbare manier doorheen de tijd. Als we zouden betalen met tomaten, zou dat bijvoorbeeld geen goed opslagmedium zijn. Die zijn binnen 2 weken immers slecht.

Lang geleden betaalde men met allerlei zaken, bijvoorbeeld met graan of met vee. Dat is niet altijd even makkelijk, want als ik iemand mijn schapen verkoop, heb ik misschien helemaal geen behoefte aan vee, maar heb ik liever een paar stukken hout. Al snel maak je de stap naar zilver en goud en dergelijke. Daarvan kan je mooie munten maken die iedereen aanvaardt en dus kan je handel drijven. Ik krijg wat goud voor mijn schapen en met dat goud ga ik hout kopen. Probleem opgelost. Er moet natuurlijk altijd een grote hoeveelheid vertrouwen aanwezig zijn om van geld te kunnen spreken. Ik kan niet vandaag stellen dat vanaf nu lege blikjes cola een betaalmiddel zijn. Niemand zal dat aanvaarden, tenzij heel veel mensen akkoord zijn met lege blikjes cola als betaalmiddel. Het helpt altijd wanneer er een overheid is die ervoor kan zorgen dat iedereen geld aanvaardt als een betaalmiddel, mede al omdat ze belastingen innen in de betreffende munt.

Natuurlijk leven we vandaag in een hele andere wereld. Een zeer complexe wereld. Om in een economie een vrij stabiel prijspeil te garanderen, moet je de voorraad geld op een verstandige manier beheren. Als de geldvoorraad te sterk stijgt, dan beginnen alle prijzen te stijgen (inflatie). Als de geldvoorraad te traag stijgt, dan beginnen alle prijzen te dalen (deflatie). Allemaal zaken waar we niet perse op liggen te wachten. Bij deflatie is morgen alles goedkoper dan vandaag en stelt dus iedereen zijn aankopen uit, wat niet bepaald stimulerend is voor de economie. Het ontstaat wanneer de geldvoorraad trager groeit dan de economie zelf, bijvoorbeeld:

  • Vandaag: 1000 koeien en 1000 goudstukken => 1 goudstuk per koe
  • Volgend jaar: 2000 koeien en 1500 goudstukken => 0.75 goudstukken per koe

Bij te hoge inflatie wordt alles veel te snel duurder en verlies je continu koopkracht. Ook niet echt interessant. Het ontstaat wanneer de geldvoorraad sneller groeit dan de economie zelf, bijvoorbeeld:

  • Vandaag: 1000 koeien en 1000 goudstukken => 1 goudstuk per koe
  • Volgend jaar: 2000 koeien en 3000 goudstukken => 1.5 goudstukken per koe

Een interessante optie is om in ieder geval te zorgen voor een klein beetje stabiele inflatie, bijv. ongeveer 2% per jaar. Dat is meteen het doel van de ECB. De voorraad goud kan je amper beheren en dus is het moeilijk om een inflatie van 2% per jaar na te streven. Als de economie plotseling sterk zou groeien kan je de goudvoorraad niet zomaar laten meegroeien. Idem met een groeivertraging. Daarom werken we nu met “fiat geld” (dat heeft niets met het automerk te maken), oftewel de allerbekende euro, dollar, pond, enzovoorts. In munt-, brief- en virtuele vorm. Vroeger kon je tijdens de goudstandaard wel nog alle munten omwisselen tegen een hoeveelheid goud, zodat goud in principe nog steeds de beperking leverde op de geldhoeveelheid. Sinds het sneuvelen van de goudstandaard werken we volledig met fiat geld. Geld is gewoon geld en wordt niet langer gekoppeld aan andere zaken.

Fiat geld

Fiat geld is bijzonder interessant omdat het uit het niets kan gecreëerd worden door mensen die daarvoor bevoegd zijn: de centrale bank en de commerciële banken (bijv. KBC en ING). Laten we beginnen met de centrale bank of de ECB. De centrale bank beheert de drukpersen. Ze kunnen zoveel euro’s slaan en drukken als ze maar willen. Uiteraard is dat geld dat uit het niets gecreëerd wordt. Er zijn eerst 0 briefjes van 50 euro en na het drukken zijn er 1.000.000 briefjes van 50 euro. Geldcreatie! Bovendien kunnen ze wanneer ze bepaalde zaken aankopen, zoals bijvoorbeeld overheidsobligaties, deze betalen met virtueel geld. Dat geld ontstaat ook uit het niets. Het is gewoon een digitale transactie en de ECB is bevoegd om dat virtuele geld gewoon “te creëren” en daarmee te betalen. Dat hebben ze trouwens massaal gedaan tijdens de eurocrisis. Ze hebben toen heel veel Europese obligaties gekocht, waardoor de vraag en dus ook de prijs ervan steeg, hetgeen impliceert dat de rente op zo’n obligatie daalt (zie mijn andere blogpost voor de intuïtie achter dit fenomeen).

Centrale banken creëren dus met gemak geld uit het niets. Dan hebben we nog de commerciële banken. That’s right, het KBC kantoor bij jou om de hoek kan geld creëren uit het niets! Stel dat je voor een hypothecair krediet langsgaat bij je kantoor en dat ze je een lening van 300.000 euro toekennen. Op dat moment zal de bank op jouw rekening bij hen een bedrag “bijschrijven” van 300.000 euro. Dat geld was er voorheen niet en is er nu wel: geldcreatie! De bank hoeft die 300.000 euro trouwens nergens te gaan zoeken om ze aan jou te kunnen geven. Ze knippen gewoon met hun vingers en de 300.000 euro ontstaat uit het niets. Zo werkt geldcreatie.

De fout die veel mensen maken is denken dat de bank dat geld éérst ergens moet gaan zoeken om die lening aan jou te kunnen geven. Uiteraard kan een bank niet zoveel geld creëren als ze wil. Er zijn vereisten waaraan ze moet voldoen. Maar laat het duidelijk zijn dat een bank niet eerst geld bij spaarders moet gaan zoeken voordat ze dat geld verder kan uitlenen aan ondernemers die willen investeren in hun KMO. In de praktijk krijg je echter toch gedrag dat hierop lijkt. Als KBC aan jou een lening uitschrijft, dan wil dat zeggen dat ze enerzijds een schuld hebben, de 300.000 euro die op jouw rekening staat en die ze je moeten geven wanneer jij daarnaar vraagt, maar anderzijds een bezit, namelijk het contract waarop staat dat jij 300.000 euro zal terugbetalen over de komende 25 jaar. Bezittingen en schulden zijn dus in evenwicht. Maar stel nu dat jij die 300.000 euro van je rekening haalt om de verkoper van het huis mee te betalen, die bij ING een rekening heeft. Je schrijft het geld over naar ING. Op die manier heeft de verkoper 300.000 euro op zijn rekening staan. Dat is dus een schuld van ING naar de verkoper toe, want die kan op eender welk moment die 300.000 euro opvragen bij ING. ING zal dan zeggen: “Ho, wacht eens even KBC! Als je ons schulden geeft, moet je ons ook bezittingen geven, zodat alles in evenwicht is!”. En ze hebben gelijk natuurlijk. Daarom zal KBC van haar eigen “zichtrekening” bij de ECB (reserves in het jargon) geld overschrijven naar de “zichtrekening” van ING bij de ECB. ING krijgt er een schuld maar ook een bezit bij en is dus tevreden.

Het feit dat jij die 300.000 euro op jouw rekening bij KBC zal uitgeven, zal uiteindelijk dus ervoor zorgen dat KBC een deel van haar reserves kwijtspeelt. Teveel reserves kwijtspelen is nooit goed. KBC zal dus zorgen dat die op peil blijven, en dat kan gebeuren door externe financiering aan te trekken, bijvoorbeeld spaarders lokken of geld lenen van andere banken. En nu is de cirkel rond. Je ziet dat KBC een lening verstrekt en je ziet ook dat ze geld ophaalt bij bijvoorbeeld spaarders. Je zou dan denken: ze moeten dat geld eerst ophalen bij spaarders om daarna de lening aan mij te kunnen geven. Maar dat klopt dus niet. Ze kunnen het geld van mijn lening gewoon uit het niets creëren, maar zullen om hun reserves te behouden ook extern geld willen aantrekken.

Leuke weetjes

Je kan enkele leuke vragen stellen nu. Hoe betaalt een centrale bank bijvoorbeeld haar werknemers uit? Geldcreatie! Ze schrijven de lonen over op de betreffende zichtrekeningen van de werknemers die hun zichtrekening bijv. bij KBC hebben (en dus een schuld voor KBC aan de werknemers) en tegelijkertijd schrijven ze het bij op de rekening van KBC bij de centrale bank (hun reserves, een bezit voor KBC). KBC vindt dat dus prima, maar ondertussen werd er wel virtueel geld gecreëerd. Wat als KBC een stel computers aankoopt en die vervolgens betaalt? Geldcreatie! Dat wil echter niet zeggen dat KBC die computer gratis zal krijgen, want ze speelt uiteindelijk reserves kwijt. Reserves worden dus vervangen door computers, een beetje zoals normale bedrijven geld op hun zichtrekening zouden vervangen door computers.

Ik had het er ook over op het werk en mijn promotor had nog een leuke: wat als de ECB letterlijk geld drukt? Stel dat de centrale bank muntjes van 1 eurocent “drukt”. De kostprijs van de productie van die muntjes is zelfs groter dan 1 eurocent per muntje, maar stel even dat de kostprijs 1 eurocent is. Stel dat de ECB 1 miljard euro aan 1 eurocentjes drukt. Die stapel centjes kunnen we duidelijk observeren: dat is 1 miljard euro extra geld in muntvorm, uit het niets! Maar wanneer de ECB de producent van die muntjes moet betalen, zal ze ook geld uit het niets creëren om daarvoor te betalen. Ze zal immers een bedrag storten op de zichtrekening van de producent en de reserves bij dezelfde bank ook doen stijgen. De kostprijs was 1 miljard, dus schrijft de ECB 1 miljard over op die rekening. Ook 1 miljard extra geld, weliswaar virtueel deze keer. Het produceren van 1 miljard extra eurocentjes heeft de totale geldhoeveelheid in de economie doen stijgen met 2 miljard euro! Holy shit!😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s