De volksjury, psychologische vertekening en de wetenschappelijke methode

Laten we het eens hebben over de volksjury in een assisenproces. Ik ben geen juridische specialist, ik ben gewoon een vakidioot die vanuit zijn eigen wereld naar een andere wereld kijkt en een mening vormt. Ik schrijf hier gewoon mijn gedacht neer. En dat gedacht is eenvoudig: ik ben verbaasd dat we nog met zo’n verouderd systeem werken en ik zou liefst de afschaffing zien.

Even ter info: ook de Hoge Raad van Justitie was in 2009 van mening dat de volksjury afgeschaft moet worden, zie bijv. het artikel in De Standaard. De politiek is echter niet meegegaan met dat verhaal. Er bestaat ook een Volt debat over het afschaffen van de volksjury. Mijn hoofdargument voor afschaffing werd niet aangehaald in dat Volt debat en ik denk dat ik weet waarom. Het zou geïnterpreteerd kunnen worden als: “sommige mensen zijn te dom!” Dat is alvast niet de correcte interpretatie van mijn argument. Mijn argument stelt dat alle (alle!) mensen vatbaar zijn voor vertekeningen in hun beslissingsproces wanneer ze beslissingen moeten nemen waar onzekerheid rond heerst. Ze werden niet opgeleid om weerstand te bieden aan die vertekeningen en zijn daarom niet geschikt om dergelijke belangrijke beslissingen te nemen.

Het is ook weer een hele lange tekst geworden, wat deze post helaas niet populair zal maken. Maar soit, de geïnteresseerden geraken daar wel over.

De jury in een assisenproces

In België bestaat er nog een volksjury, in Nederland of Duitsland bijvoorbeeld niet meer. De voornaamste taak van zo’n jury is om de schuldvraag te beantwoorden. Dat is in theorie heel eenvoudig: is de beklaagde schuldig of niet? Ja of nee. Soms bepalen ze ook mee de strafmaat en tegenwoordig moeten ze hun beslissing ook motiveren. In zo’n jury zitten mensen die op toevallige wijze gekozen werden. Het idee daarbij is dat de jury een correcte verdeling van de populatie in de betreffende jurisdictie moet weergeven. De voorwaarden zijn niet echt beperkend: Belg zijn, tussen 28 en 65 jaar oud zijn, beschikken over de burgerlijke en politieke rechten en geen strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen van meer dan 4 maanden of tot een werkstraf van meer dan 60 uur. Er zijn nog een aantal beroepen die niet mogen, zoals bijv. arts, militair of hoge ambtenaar. M.a.w. dus praktisch alle mensen die u kent mogen in zo’n jury zetelen.

Hoe bepaalt u of iemand écht schuldig is? Soms is dat heel eenvoudig en zijn er héél sterke bewijzen. Een getuige, een wapen met vingerafdrukken, camerabeelden of een bekentenis. 100% zeker bent u natuurlijk nooit, maar in die gevallen kan u meestal wel op beide oren slapen. Soms is het echter niet zo zeker. Denk maar aan de hele controverse rond de parachutemoord. Er waren geen harde bewijzen, maar Clottemans zit nu toch maar in de gevangenis. Ik vraag mij dan af: is dat correct? Kunnen we dat systeem niet verbeteren? In ieder geval, een grondbeginsel van ons rechtssysteem is de onschuldpresumptie. Mensen zijn onschuldig totdat het tegendeel bewezen werd. Niemand hoeft dus zijn onschuld te bewijzen. Dat staat vermeld in art. 6, lid 2 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

“Everyone charged with a criminal offence shall be presumed innocent until proven guilty according to law”

Het woord proven is niet zo eenvoudig als het lijkt. Men kan bijna nooit 100% zeker zijn. Het gaat hier immers niet over wiskundige bewijzen die 100% zeker zijn. Vaak wordt het geformuleerd als beyond a reasonable doubt. Met andere woorden: iedere redelijke twijfel moet uitgeschakeld worden voordat men iemand schuldig mag verklaren. En dat is niet eenvoudig!

Een beetje statistiek

Ik wil iedereen meteen vertrouwd maken met mijn bezorgdheden. Daarom twee problemen die u intuïtief moet beantwoorden:

1) U bent een professor op een universiteit en geeft les aan 3e bachelor fysica: een groep van 57 studenten. Hoe groot is de kans dat twee of meer van die 57 studenten op dezelfde dag verjaren?

2) Beeld u een ziekte in die 1% van alle mensen treft en die een dodelijke afloop heeft als ze niet op tijd behandeld wordt. De olifantengriep, of een andere naam die gelijkaardig belachelijk is. Er is gelukkig een test die 99% van alle zieken correct als ziek classificeert en die 99% van alle gezonde mensen correct als gezond classificeert. Stel dat men die test bij u uitvoert en de test zegt “ziek”. Hoe groot is de kans dat u werkelijk ziek bent?

Denk rustig eens na over een mogelijk percentage… Schrijf het desnoods op.

Voordat ik u de antwoorden geef, laat mij u mijn eigen redenering vertellen in de tijd dat ik deze problemen voor het eerst ben tegengekomen en ik het antwoord dus nog niet kende. Er zijn 365 dagen in een jaar en er zijn maar 57 studenten. De kans dat twee van die studenten op dezelfde dag jarig zijn kan dan toch niet zo groot zijn, toch? 20% kans? Misschien 30%? Wel, de kans is nochtans 99%. Veel he? Zelfs als er maar 22 studenten zouden zijn, is de kans toch groter dan 50%! Uiteraard is dit niet wat uw intuïtie u vertelt. Uw intuïtie schat de kans veel lager in dan ze werkelijk is.

Op naar de test voor de ziekte. De test is 99% van de tijd correct, dus als de test zegt dat u ziek bent, zal u héél waarschijnlijk ook wel echt ziek zijn. Fout! De kans dat u ziek bent is maar 50%. Hoe kan zoiets nu? Die test is toch 99% van de tijd correct? Ja, maar er zijn veel meer gezonde mensen dan zieken, hetgeen de hele boel overhoop gooit. Een voorbeeld ter verduidelijking: stel 100.000 mensen doen die test, waaronder dus 1.000 écht zieke mensen en 99.000 écht gezonde mensen. Van de 1.000 zieken zullen er 990 als correct ziek worden bestempeld. Van de 99.000 gezonde mensen zullen er echter 990 als incorrect ziek worden bestempeld. We hebben dus uiteindelijk 990 correct zieken en 990 incorrect zieken. Het resultaat is dat de helft van die mensen (of 50%) de foute conclusie krijgt. Ook hier vertelde uw intuïtie u iets anders. U dacht dat de test vrij nauwkeurig was. Uw intuïtie schatte de kans veel hoger in dan ze werkelijk is.

Maak u geen zorgen, mensen schatten kansen continu verkeerd in. Te laag, te hoog, de hele tijd. Onze hersenen zijn daar niet voor gemaakt. En er zijn nog meer zaken waarvoor onze hersenen niet gemaakt zijn. We zien de hele tijd oorzaak-gevolg waar er enkel toeval in het spel is. We gebruiken dingen die we gezien hebben in onze eigen leefwereld en projecteren die op de hele wereld. We nemen beslissingen op basis van referentiepunten, enzovoorts. En nog erger: mensen die ons proberen te overtuigen van het tegendeel zijn allemaal leugenaars, toch? Wie hierover meer wil weten moet Ons Feilbare Denken van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman maar eens lezen. Dat boek staat vol met voorbeelden.

De analogie met de wetenschappelijke methode

In de wetenschap wordt in principe hetzelfde probleem aangepakt als in een proces. Men zit met een bepaalde hypothese en wil onderzoeken of die klopt of niet. Er werd een methode uitgedacht om dat zo goed mogelijk te doen. Het is die methode die ik keer op keer heb uitgelegd aan studenten die bij mij bijles statistiek kwamen volgen. Maar het heeft niet enkel met statistiek te maken, het heeft vooral met logica te maken. Ik was steeds verbaasd dat niemand hen in de les had uitgelegd wat het basisprincipe achter hypothesetoetsing is, want het maakt alles zoveel duidelijker. Soit, hoe werkt het?

STAP 1. De eerste stap houdt in dat we een bepaalde hypothese gaan vooropstellen: de nulhypothese. Zeer belangrijk is dat die hypothese falsifieerbaar is, m.a.w. men moet zaken kunnen aanbrengen die de hypothese tegenspreken. Een hypothese die niet verworpen kan worden is bijvoorbeeld: ik word continu omringd door onzichtbare, onvoelbare, onhoorbare, geurloze en onmogelijk te observeren geesten. Zoiets kunnen we niet verwerpen en dus is dat een slechte hypothese. Een hypothese die wel verworpen kan worden is bijvoorbeeld: de gemiddelde Belg weegt 75 kilogram. Een andere hypothese zou kunnen zijn: de beklaagde is onschuldig. Ook die hypothese kan men verwerpen.

STAP 2. In de tweede stap gaan we ons verplaatsen naar een denkbeeldige wereld. Deze wereld noem ik de wereld van de nulhypothese. Dit is de wereld waarin de nulhypothese volledig klopt. M.a.w. dit is de wereld waar Belgen gemiddeld 75 kg wegen en de beklaagde écht onschuldig is. We vragen ons hier allerlei zaken af. Hoe ziet deze wereld eruit? Wat kunnen we verwachten in deze wereld? Als we experimenten zouden doen in deze wereld, hoe zouden de resultaten eruit zien? Als we een hoop toevallig gekozen Belgen op een weegschaal zetten in deze denkbeeldige wereld, welk gemiddelde gewicht kunnen we dan verwachten? Wellicht een cijfer rond de 75 kg. Of voor de andere hypothese: wat verwachten we als de beklaagde écht onschuldig is? Wel, we kunnen bijvoorbeeld een alibi verwachten. We kunnen ook verwachten dat er geen geweren met de vingerafdrukken van de beklaagde rondslingeren in de woonkamer en dat er geen getuigen zullen zijn die alles hebben gezien. M.a.w. in deze tweede stap bekijken we de implicaties van de nulhypothese, door ons denkbeeldig naar die wereld te verplaatsen.

STAP 3. In de derde stap verplaatsen we ons terug naar de realiteit, waar we allerlei échte observaties kunnen maken. Ook in deze wereld kunnen we een hele bende toevallig gekozen Belgen op een weegschaal zetten en hun gemiddelde gewicht berekenen. Of we gaan de plaats van de moord onderzoeken, op zoek naar mogelijke sporen of bewijzen. We kunnen mogelijk bewijsmateriaal vinden, zoals een hemd met bloed eraan of een paar schoenen met modder uit het veld achter de woning van de beklaagde. In deze derde stap gaan we dus observaties doen in de échte wereld, de realiteit.

STAP 4. In de vierde stap gaan we bekijken of de observaties uit stap 3 zouden kunnen bestaan in de wereld uit stap 2. Even herhalen dus: we hebben eerst bedacht hoe de wereld er zou uitzien als de nulhypothese zou kloppen. Vervolgens hebben we observaties gedaan in de realiteit. De vraag die we nu gaan beantwoorden is: als de nulhypothese zou kloppen, hoe groot is dan de kans dat we zouden observeren wat we in de realiteit geobserveerd hebben? Onduidelijk? Een voorbeeldje. Als het klopt dat Belgen gemiddeld 75 kg wegen (nulhypothese), hoe realistisch is het dan dat we een gemiddelde van 86 kg vinden in de realiteit (observatie)? Een ander voorbeeldje. Als het klopt dat de beklaagde onschuldig is (nulhypothese), hoe realistisch is het dan dat er modder uit het veld achter het huis aan zijn schoenen kleeft (observatie)? Eigenlijk is dit dus een kansuitspraak: indien de nulhypothese zou kloppen, hoe groot is dan de kans dat we observeren wat we in realiteit geobserveerd hebben?

STAP 5. In deze laatste stap gaan we een conclusie opstellen. Als het waarschijnlijk is dat onze observaties uit de realiteit ook in de wereld van de nulhypothese zouden kunnen bestaan, dan gaan we die nulhypothese niet verwerpen. Echter, als het onwaarschijnlijk is dat onze observaties uit de realiteit in de wereld van de nulhypothese zouden kunnen bestaan, dan gaan we de nulhypothese wél verwerpen. Bijvoorbeeld: we hebben 100 Belgen gewogen en hun gemiddelde is 76.3 kg. Is het waarschijnlijk dat onze observaties uit de wereld van de nulhypothese komen? Ja, want een observatie van 76.3 kg ligt niet zo ver van 75 kg af. Misschien zat er toevallig een iets dikkere Belg tussen die 100 Belgen, hetgeen de kleine afwijking zou verklaren. Dus hier gaan de nulhypothese niet verwerpen. Stel nu dat we 113.5 kg als gemiddelde zouden meten. Is het waarschijnlijk dat we zo’n cijfer zouden tegenkomen als Belgen gemiddeld maar 75 kg zouden wegen? Neen, en dus verwerpen we de hypothese dat Belgen gemiddeld 75 kg wegen. Zo werkt dat dus.

Het probleem

U kan dus zien dat we een overweging maken gebaseerd op kansen: hoe waarschijnlijk is het dat de gemeten observaties uit de wereld van de nulhypothese komen? Als die kans klein is, verwerpen we de nulhypothese. Als die kans groot is, verwerpen we de nulhypothese niet. Het probleem wordt nu wel complex: vanaf welke kans gaan we verwerpen? In de wetenschappen is dat doorgaans 5% of kleiner. Om de vergelijking te maken met schuld en onschuld: dit wil dus zeggen dat per 100 beklaagden altijd 5 mensen onschuldig de bak in zullen vliegen. Dat is uiteraard teveel. Zijn we dan tevreden met 99%? Dan hebben we 1 op 100 onschuldige mensen in de bak. Nog steeds teveel. 99.9%? Dat zijn 1 op duizend onschuldige mensen. Nog altijd veel. Als u terug denkt aan de vraagstukjes hierboven, zou u dan als jurylid intuïtief kunnen bepalen wanneer u 99% zeker bent? 99.9%? Tuurlijk niet, dat is praktisch onmogelijk, zelfs voor mensen die daarvoor opgeleid worden.

U ziet dat dit niet gemakkelijk is. Bovendien kan u in een assisenzaak geen kansen schatten zoals u dat in andere situaties (bijv. economisch onderzoek) misschien wel kan. U moet de wetenschappelijke methode dus eerder intuïtief toepassen. Ten tweede is het veel moeilijker om een grenswaarde te kiezen, want u beslist over mensen hun leven. 5% is OK voor de wetenschappen, maar 5 op 100 onschuldige mensen in de gevangenis is onaanvaardbaar. Ten derde: hoeveel Belgen zijn zich bewust van de wetenschappelijke methode en kunnen die zonder problemen toepassen? Ik denk dat ik op straat zelfs heel wat mensen kan vinden die mij niet eens kunnen vertellen wat een hypothese is. En dat is ook niet erg! Dat is dus helemaal geen verwijt, want die mensen hebben dat niet nodig in hun dagelijkse leven. Maar, ze hebben dat wél nodig wanneer ze over de volgende jaren van iemands leven beslissen in een assisenproces. Dat is net het probleem met die hele volksjury. Ze zijn niet getrained in het toepassen van die methode. Neem het van mij aan, zoiets heeft veel oefening nodig. Elke implicatie onderzoeken, elke toevalligheid schrappen, het is niet eenvoudig!

De conclusie

Voor mij is het grote probleem dus eenvoudig: het feit dat de wetenschappelijke methode in strafzaken vrij intuïtief moet toegepast worden, in combinatie met het feit dat iedere ongetrainde mens onderhevig is aan vertekeningen langs alle kanten, wijst erop dat het beter kan dan een volksjury. Waarom hebben Jef Vermassen en Vic Van Aelst zo’n grote reputatie? Zijn ze beter in het achterhalen van de waarheid? Zijn ze beter in het interpreteren van feiten? Of zijn het advocaten die precies weten hoe ze in het hoofd van de jury die klik moeten maken die hen naar de “juiste” kant duwt? Ik vermoed dat laatste. Een volksjury is allesbehalve perfect. En professionele jury zal ook wel fouten maken, maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat ze hun vertekeningen kunnen verminderen met behulp van opleiding en training. Beleggers die men bewust maakt van allerlei vertekeningen bij het beleggen zullen immers ook betere beleggers worden. Zo niet, dan leren ze het wel the hard way. Maar in een assisenproces mag het zover niet komen.

2 gedachten over “De volksjury, psychologische vertekening en de wetenschappelijke methode

  1. Mooi artikel, fijn om te lezen.
    Maar over de juistheid van de gevonden conclusie heb ik zo mijn twijfels. Ik heb onthouden van een eerder onderzoek dat de uitspraken van een volksjury zo slecht nog niet zijn. Ze wijken helemaal niet zo sterk af van de uitspraken van een professionele jury.

    • Thanks.

      Je maakt een goed punt, ik zou het artikel eens moeten zien. Maar ik zou oordelen dat toch ook niet de gemiddelde afwijking van belang is. De meeste zaken zijn niet zo moeilijk. Maar soms heb je echt zo’n breinbreker, zoals bijv. die van Clottemans. Zo’n zaak is maar één zaak en zal dus niet doorwegen, maar ik zou net oordelen dat zo’n zaak veel meer moet doorwegen. Stel dat je 70% van de zaken altijd wel bewijs hebt in de aard van een video, bekentenis, getuige, etc… Dat zijn zaken waar een professionele of volksjury altijd wel hetzelfde gaan zeggen. Maar dat zijn de zaken die voor mij net niet teveel gewicht mogen krijgen. Dat kleine aantal moeilijke zaken, die moeten het gewicht krijgen.

      Als je het artikel ooit nog tegenkomt mag je het zeker doorsturen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s