De volksjury, psychologische vertekening en de wetenschappelijke methode

Laten we het eens hebben over de volksjury in een assisenproces. Ik ben geen juridische specialist, ik ben gewoon een vakidioot die vanuit zijn eigen wereld naar een andere wereld kijkt en een mening vormt. Ik schrijf hier gewoon mijn gedacht neer. En dat gedacht is eenvoudig: ik ben verbaasd dat we nog met zo’n verouderd systeem werken en ik zou liefst de afschaffing zien.

Even ter info: ook de Hoge Raad van Justitie was in 2009 van mening dat de volksjury afgeschaft moet worden, zie bijv. het artikel in De Standaard. De politiek is echter niet meegegaan met dat verhaal. Er bestaat ook een Volt debat over het afschaffen van de volksjury. Mijn hoofdargument voor afschaffing werd niet aangehaald in dat Volt debat en ik denk dat ik weet waarom. Het zou geïnterpreteerd kunnen worden als: “sommige mensen zijn te dom!” Dat is alvast niet de correcte interpretatie van mijn argument. Mijn argument stelt dat alle (alle!) mensen vatbaar zijn voor vertekeningen in hun beslissingsproces wanneer ze beslissingen moeten nemen waar onzekerheid rond heerst. Ze werden niet opgeleid om weerstand te bieden aan die vertekeningen en zijn daarom niet geschikt om dergelijke belangrijke beslissingen te nemen.

Het is ook weer een hele lange tekst geworden, wat deze post helaas niet populair zal maken. Maar soit, de geïnteresseerden geraken daar wel over.

De jury in een assisenproces

In België bestaat er nog een volksjury, in Nederland of Duitsland bijvoorbeeld niet meer. De voornaamste taak van zo’n jury is om de schuldvraag te beantwoorden. Dat is in theorie heel eenvoudig: is de beklaagde schuldig of niet? Ja of nee. Soms bepalen ze ook mee de strafmaat en tegenwoordig moeten ze hun beslissing ook motiveren. In zo’n jury zitten mensen die op toevallige wijze gekozen werden. Het idee daarbij is dat de jury een correcte verdeling van de populatie in de betreffende jurisdictie moet weergeven. De voorwaarden zijn niet echt beperkend: Belg zijn, tussen 28 en 65 jaar oud zijn, beschikken over de burgerlijke en politieke rechten en geen strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen van meer dan 4 maanden of tot een werkstraf van meer dan 60 uur. Er zijn nog een aantal beroepen die niet mogen, zoals bijv. arts, militair of hoge ambtenaar. M.a.w. dus praktisch alle mensen die u kent mogen in zo’n jury zetelen.

Hoe bepaalt u of iemand écht schuldig is? Soms is dat heel eenvoudig en zijn er héél sterke bewijzen. Een getuige, een wapen met vingerafdrukken, camerabeelden of een bekentenis. 100% zeker bent u natuurlijk nooit, maar in die gevallen kan u meestal wel op beide oren slapen. Soms is het echter niet zo zeker. Denk maar aan de hele controverse rond de parachutemoord. Er waren geen harde bewijzen, maar Clottemans zit nu toch maar in de gevangenis. Ik vraag mij dan af: is dat correct? Kunnen we dat systeem niet verbeteren? In ieder geval, een grondbeginsel van ons rechtssysteem is de onschuldpresumptie. Mensen zijn onschuldig totdat het tegendeel bewezen werd. Niemand hoeft dus zijn onschuld te bewijzen. Dat staat vermeld in art. 6, lid 2 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

“Everyone charged with a criminal offence shall be presumed innocent until proven guilty according to law”

Het woord proven is niet zo eenvoudig als het lijkt. Men kan bijna nooit 100% zeker zijn. Het gaat hier immers niet over wiskundige bewijzen die 100% zeker zijn. Vaak wordt het geformuleerd als beyond a reasonable doubt. Met andere woorden: iedere redelijke twijfel moet uitgeschakeld worden voordat men iemand schuldig mag verklaren. En dat is niet eenvoudig!

Een beetje statistiek

Ik wil iedereen meteen vertrouwd maken met mijn bezorgdheden. Daarom twee problemen die u intuïtief moet beantwoorden:

1) U bent een professor op een universiteit en geeft les aan 3e bachelor fysica: een groep van 57 studenten. Hoe groot is de kans dat twee of meer van die 57 studenten op dezelfde dag verjaren?

2) Beeld u een ziekte in die 1% van alle mensen treft en die een dodelijke afloop heeft als ze niet op tijd behandeld wordt. De olifantengriep, of een andere naam die gelijkaardig belachelijk is. Er is gelukkig een test die 99% van alle zieken correct als ziek classificeert en die 99% van alle gezonde mensen correct als gezond classificeert. Stel dat men die test bij u uitvoert en de test zegt “ziek”. Hoe groot is de kans dat u werkelijk ziek bent?

Denk rustig eens na over een mogelijk percentage… Schrijf het desnoods op.

Voordat ik u de antwoorden geef, laat mij u mijn eigen redenering vertellen in de tijd dat ik deze problemen voor het eerst ben tegengekomen en ik het antwoord dus nog niet kende. Er zijn 365 dagen in een jaar en er zijn maar 57 studenten. De kans dat twee van die studenten op dezelfde dag jarig zijn kan dan toch niet zo groot zijn, toch? 20% kans? Misschien 30%? Wel, de kans is nochtans 99%. Veel he? Zelfs als er maar 22 studenten zouden zijn, is de kans toch groter dan 50%! Uiteraard is dit niet wat uw intuïtie u vertelt. Uw intuïtie schat de kans veel lager in dan ze werkelijk is.

Op naar de test voor de ziekte. De test is 99% van de tijd correct, dus als de test zegt dat u ziek bent, zal u héél waarschijnlijk ook wel echt ziek zijn. Fout! De kans dat u ziek bent is maar 50%. Hoe kan zoiets nu? Die test is toch 99% van de tijd correct? Ja, maar er zijn veel meer gezonde mensen dan zieken, hetgeen de hele boel overhoop gooit. Een voorbeeld ter verduidelijking: stel 100.000 mensen doen die test, waaronder dus 1.000 écht zieke mensen en 99.000 écht gezonde mensen. Van de 1.000 zieken zullen er 990 als correct ziek worden bestempeld. Van de 99.000 gezonde mensen zullen er echter 990 als incorrect ziek worden bestempeld. We hebben dus uiteindelijk 990 correct zieken en 990 incorrect zieken. Het resultaat is dat de helft van die mensen (of 50%) de foute conclusie krijgt. Ook hier vertelde uw intuïtie u iets anders. U dacht dat de test vrij nauwkeurig was. Uw intuïtie schatte de kans veel hoger in dan ze werkelijk is.

Maak u geen zorgen, mensen schatten kansen continu verkeerd in. Te laag, te hoog, de hele tijd. Onze hersenen zijn daar niet voor gemaakt. En er zijn nog meer zaken waarvoor onze hersenen niet gemaakt zijn. We zien de hele tijd oorzaak-gevolg waar er enkel toeval in het spel is. We gebruiken dingen die we gezien hebben in onze eigen leefwereld en projecteren die op de hele wereld. We nemen beslissingen op basis van referentiepunten, enzovoorts. En nog erger: mensen die ons proberen te overtuigen van het tegendeel zijn allemaal leugenaars, toch? Wie hierover meer wil weten moet Ons Feilbare Denken van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman maar eens lezen. Dat boek staat vol met voorbeelden.

De analogie met de wetenschappelijke methode

In de wetenschap wordt in principe hetzelfde probleem aangepakt als in een proces. Men zit met een bepaalde hypothese en wil onderzoeken of die klopt of niet. Er werd een methode uitgedacht om dat zo goed mogelijk te doen. Het is die methode die ik keer op keer heb uitgelegd aan studenten die bij mij bijles statistiek kwamen volgen. Maar het heeft niet enkel met statistiek te maken, het heeft vooral met logica te maken. Ik was steeds verbaasd dat niemand hen in de les had uitgelegd wat het basisprincipe achter hypothesetoetsing is, want het maakt alles zoveel duidelijker. Soit, hoe werkt het?

STAP 1. De eerste stap houdt in dat we een bepaalde hypothese gaan vooropstellen: de nulhypothese. Zeer belangrijk is dat die hypothese falsifieerbaar is, m.a.w. men moet zaken kunnen aanbrengen die de hypothese tegenspreken. Een hypothese die niet verworpen kan worden is bijvoorbeeld: ik word continu omringd door onzichtbare, onvoelbare, onhoorbare, geurloze en onmogelijk te observeren geesten. Zoiets kunnen we niet verwerpen en dus is dat een slechte hypothese. Een hypothese die wel verworpen kan worden is bijvoorbeeld: de gemiddelde Belg weegt 75 kilogram. Een andere hypothese zou kunnen zijn: de beklaagde is onschuldig. Ook die hypothese kan men verwerpen.

STAP 2. In de tweede stap gaan we ons verplaatsen naar een denkbeeldige wereld. Deze wereld noem ik de wereld van de nulhypothese. Dit is de wereld waarin de nulhypothese volledig klopt. M.a.w. dit is de wereld waar Belgen gemiddeld 75 kg wegen en de beklaagde écht onschuldig is. We vragen ons hier allerlei zaken af. Hoe ziet deze wereld eruit? Wat kunnen we verwachten in deze wereld? Als we experimenten zouden doen in deze wereld, hoe zouden de resultaten eruit zien? Als we een hoop toevallig gekozen Belgen op een weegschaal zetten in deze denkbeeldige wereld, welk gemiddelde gewicht kunnen we dan verwachten? Wellicht een cijfer rond de 75 kg. Of voor de andere hypothese: wat verwachten we als de beklaagde écht onschuldig is? Wel, we kunnen bijvoorbeeld een alibi verwachten. We kunnen ook verwachten dat er geen geweren met de vingerafdrukken van de beklaagde rondslingeren in de woonkamer en dat er geen getuigen zullen zijn die alles hebben gezien. M.a.w. in deze tweede stap bekijken we de implicaties van de nulhypothese, door ons denkbeeldig naar die wereld te verplaatsen.

STAP 3. In de derde stap verplaatsen we ons terug naar de realiteit, waar we allerlei échte observaties kunnen maken. Ook in deze wereld kunnen we een hele bende toevallig gekozen Belgen op een weegschaal zetten en hun gemiddelde gewicht berekenen. Of we gaan de plaats van de moord onderzoeken, op zoek naar mogelijke sporen of bewijzen. We kunnen mogelijk bewijsmateriaal vinden, zoals een hemd met bloed eraan of een paar schoenen met modder uit het veld achter de woning van de beklaagde. In deze derde stap gaan we dus observaties doen in de échte wereld, de realiteit.

STAP 4. In de vierde stap gaan we bekijken of de observaties uit stap 3 zouden kunnen bestaan in de wereld uit stap 2. Even herhalen dus: we hebben eerst bedacht hoe de wereld er zou uitzien als de nulhypothese zou kloppen. Vervolgens hebben we observaties gedaan in de realiteit. De vraag die we nu gaan beantwoorden is: als de nulhypothese zou kloppen, hoe groot is dan de kans dat we zouden observeren wat we in de realiteit geobserveerd hebben? Onduidelijk? Een voorbeeldje. Als het klopt dat Belgen gemiddeld 75 kg wegen (nulhypothese), hoe realistisch is het dan dat we een gemiddelde van 86 kg vinden in de realiteit (observatie)? Een ander voorbeeldje. Als het klopt dat de beklaagde onschuldig is (nulhypothese), hoe realistisch is het dan dat er modder uit het veld achter het huis aan zijn schoenen kleeft (observatie)? Eigenlijk is dit dus een kansuitspraak: indien de nulhypothese zou kloppen, hoe groot is dan de kans dat we observeren wat we in realiteit geobserveerd hebben?

STAP 5. In deze laatste stap gaan we een conclusie opstellen. Als het waarschijnlijk is dat onze observaties uit de realiteit ook in de wereld van de nulhypothese zouden kunnen bestaan, dan gaan we die nulhypothese niet verwerpen. Echter, als het onwaarschijnlijk is dat onze observaties uit de realiteit in de wereld van de nulhypothese zouden kunnen bestaan, dan gaan we de nulhypothese wél verwerpen. Bijvoorbeeld: we hebben 100 Belgen gewogen en hun gemiddelde is 76.3 kg. Is het waarschijnlijk dat onze observaties uit de wereld van de nulhypothese komen? Ja, want een observatie van 76.3 kg ligt niet zo ver van 75 kg af. Misschien zat er toevallig een iets dikkere Belg tussen die 100 Belgen, hetgeen de kleine afwijking zou verklaren. Dus hier gaan de nulhypothese niet verwerpen. Stel nu dat we 113.5 kg als gemiddelde zouden meten. Is het waarschijnlijk dat we zo’n cijfer zouden tegenkomen als Belgen gemiddeld maar 75 kg zouden wegen? Neen, en dus verwerpen we de hypothese dat Belgen gemiddeld 75 kg wegen. Zo werkt dat dus.

Het probleem

U kan dus zien dat we een overweging maken gebaseerd op kansen: hoe waarschijnlijk is het dat de gemeten observaties uit de wereld van de nulhypothese komen? Als die kans klein is, verwerpen we de nulhypothese. Als die kans groot is, verwerpen we de nulhypothese niet. Het probleem wordt nu wel complex: vanaf welke kans gaan we verwerpen? In de wetenschappen is dat doorgaans 5% of kleiner. Om de vergelijking te maken met schuld en onschuld: dit wil dus zeggen dat per 100 beklaagden altijd 5 mensen onschuldig de bak in zullen vliegen. Dat is uiteraard teveel. Zijn we dan tevreden met 99%? Dan hebben we 1 op 100 onschuldige mensen in de bak. Nog steeds teveel. 99.9%? Dat zijn 1 op duizend onschuldige mensen. Nog altijd veel. Als u terug denkt aan de vraagstukjes hierboven, zou u dan als jurylid intuïtief kunnen bepalen wanneer u 99% zeker bent? 99.9%? Tuurlijk niet, dat is praktisch onmogelijk, zelfs voor mensen die daarvoor opgeleid worden.

U ziet dat dit niet gemakkelijk is. Bovendien kan u in een assisenzaak geen kansen schatten zoals u dat in andere situaties (bijv. economisch onderzoek) misschien wel kan. U moet de wetenschappelijke methode dus eerder intuïtief toepassen. Ten tweede is het veel moeilijker om een grenswaarde te kiezen, want u beslist over mensen hun leven. 5% is OK voor de wetenschappen, maar 5 op 100 onschuldige mensen in de gevangenis is onaanvaardbaar. Ten derde: hoeveel Belgen zijn zich bewust van de wetenschappelijke methode en kunnen die zonder problemen toepassen? Ik denk dat ik op straat zelfs heel wat mensen kan vinden die mij niet eens kunnen vertellen wat een hypothese is. En dat is ook niet erg! Dat is dus helemaal geen verwijt, want die mensen hebben dat niet nodig in hun dagelijkse leven. Maar, ze hebben dat wél nodig wanneer ze over de volgende jaren van iemands leven beslissen in een assisenproces. Dat is net het probleem met die hele volksjury. Ze zijn niet getrained in het toepassen van die methode. Neem het van mij aan, zoiets heeft veel oefening nodig. Elke implicatie onderzoeken, elke toevalligheid schrappen, het is niet eenvoudig!

De conclusie

Voor mij is het grote probleem dus eenvoudig: het feit dat de wetenschappelijke methode in strafzaken vrij intuïtief moet toegepast worden, in combinatie met het feit dat iedere ongetrainde mens onderhevig is aan vertekeningen langs alle kanten, wijst erop dat het beter kan dan een volksjury. Waarom hebben Jef Vermassen en Vic Van Aelst zo’n grote reputatie? Zijn ze beter in het achterhalen van de waarheid? Zijn ze beter in het interpreteren van feiten? Of zijn het advocaten die precies weten hoe ze in het hoofd van de jury die klik moeten maken die hen naar de “juiste” kant duwt? Ik vermoed dat laatste. Een volksjury is allesbehalve perfect. En professionele jury zal ook wel fouten maken, maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat ze hun vertekeningen kunnen verminderen met behulp van opleiding en training. Beleggers die men bewust maakt van allerlei vertekeningen bij het beleggen zullen immers ook betere beleggers worden. Zo niet, dan leren ze het wel the hard way. Maar in een assisenproces mag het zover niet komen.

De teelt van blauwe bessen in pot

Update 19/04/2016 – Sinds kort zijn ongeveer de helft van mijn planten in pot afgestorven. Alles wat hieronder staat blijkt dus, na een paar jaren experimenteren, toch niet zo succesvol te zijn als ik dacht op het moment van schrijven. Ik heb twee vermoedens van oorzaken (met dank aan een reactie op deze blogpost). Ten eerste, 100% turf gebruiken is niet ideaal, want het houdt geen voedingsstoffen vast. Best nog aarde of zand bij mengen. En ten tweede: hydrokorrels gebruiken veroorzaakt een nat blijvende bodem. De korrels blijven nat en de wortels die erdoor groeien dus ook. Hier moet ook een oplossing voor bestaan, bijv. door een dikke laag zand onderaan de pot te leggen.

De trouwe lezers van mijn blog zullen dit misschien niet weten, maar ik houd bijzonder veel van tuinieren. Ik heb het laatste jaar wat geëxperimenteerd met de teelt blauwe bessen in pot en het resultaat wil ik delen met mensen die mogelijk geïnteresseerd zijn. In de stad heb je niet alle plaats die je zou willen, dus moet je improviseren. De teelt van bessenstruiken in pot lijkt misschien vreemd, maar werkt toch heel goed! Hieronder het hele verhaal en een stap voor stap overzicht voor de mensen die het ook willen proberen. De foto’s kan je onderaan vinden.

Inleiding

Als kind ging ik vaak met mijn moeder bosbessen plukken in de bossen van Limburg. Geweldige herinneringen heb ik daar aan. Diep het bos intrekken op zoek naar struiken en plukken maar. Die bessen kon je dan zelf opeten of aan de bakker verkopen, die daar dan bosbessenvlaai van maakte. Dat is de beste vlaai die er bestaat, ook omdat ze alleen beschikbaar is wanneer ik jarig ben in augustus. Bosbessenvlaai associeer ik dus automatisch met zon, vakantie en feest. Er zijn in België een aantal plekken waar wilde bosbessen groeien, maar het is vooral een beetje zoeken of rondvragen. Onlangs hebben we in Wallonië de Promenade de la Hoëgne gedaan rond Sart-Lez-Spa en Hockai. Dat wandelpad staat ook bomvol bosbesstruiken. Toevallig gingen we rond de oogsttijd en hebben we dus kunnen genieten van lekkere bosbessen. Ook in Limburg zal je op veel plaatsen wilde bosbessen vinden.

Sinds een jaar ben ik begonnen met een moestuin in onze nieuwe huurwoning en natuurlijk vroeg ik mij ook af of ik bosbessen zou kunnen telen. Dat is echter niet gemakkelijk. De bosbessen die je in het wild vindt zijn uiteraard wilde bosbessen die een unieke mix van omstandigheden nodig hebben om goed te groeien. Eigenlijk groeien ze alleen goed in het bos, waar er een speciale combinatie van klimaat, watervoorziening, bodem en lichtomstandigheden bestaan. En dat is moeilijk na te bootsen in eigen tuin. Bovendien kan je niet gewoon zo’n plant gaan uittrekken in het bos, want zo verstoor je dat hele ecosysteem. Maar er is een alternatief: de blauwe bes! Dezelfde mooie blauwe kleur, maar wel eerder wit vanbinnen, terwijl een wilde bosbes volledig blauw is. De smaak lijkt veel op die van de bosbes, al is dat ook afhankelijk van het ras dat je proeft. De bes is veel groter dan de wilde bosbes en je krijgt er ook geen blauwe tong van. Confituur van blauwe bessen lijkt heel veel op confituur van bosbessen. Pannenkoeken met blauwbessen, een beetje bloemsuiker en een bol vanille zijn ook hemels! Tijdens de herfst verliezen de struiken hun bladeren, maar daarvoor krijgen ze eerst prachtige kleuren. Dieprood, geel, paars, …  Al bij al is de blauwe bes de perfecte vervanger voor de bosbes en een mooie aanwinst voor de herfsttuin.

Helaas hebben we niet zo heel veel ruimte in onze tuin. Ik moest dus op zoek naar een andere manier om de bessen te telen. En na wat zoeken en nadenken heb ik een succesvolle manier gevonden om de bessen te telen. Ik ga die methode hier toelichten in de hoop dat ik mensen kan helpen die graag hetzelfde zouden doen maar niet weten hoe men eraan kan beginnen.

Planten kopen

Je hebt natuurlijk planten nodig. Die kan je op meerdere plaatsen kopen. Ik heb ze gekocht bij Blauwe Bessen Schrijnwerkers in Meeuwen-Gruitrode. Vorig jaar ben ik begonnen met vier Darrow planten en dit weekend (19 en 20 oktober) heb ik zes nieuwe planten gekocht, telkens twee planten van Duke, Brigitta en Bluecrop. De reden voor de verschillende rassen is vooral de oogsttijd, maar ook wel de smaak, grootte en productie. Duke is heel vroeg (begin juli), Bluecrop en Brigitte zijn wat later (eind juli, begin augustus) en Darrow is laat (eind augustus). Er zijn nog andere rassen zoals Bluejay, Chandler, Elisabeth, etc. Allemaal verschillen ze een klein beetje qua eigenschappen. Meerdere rassen plaatsen zou via kruisbestuiving ook voor een betere productie zorgen. Meer en grotere bessen dus. De blauwe bes is bijvoorbeeld ook te koop bij Genker Plantencentrum of Het Vlaams Zaadhuis. Ik zou aanraden om bij Schrijnwerkers te kopen vanwege hun uitgebreide kennis, meerdere rassen en een heel aantal afhaalplekken in België. Je kan ze online vinden op www.blauwebessen.be. Als je snel bent kan je er dit jaar nog wel wat vinden. Zoniet, dan moet je elders zoeken.

Potten

Ik ga de bessen in pot telen en dat werkt net iets anders als in volle grond. Het gaat vast op meerdere manieren, maar ik ga jullie mijn manier meegeven. Na de oogst deze zomer kan ik stellen dat het heel goed gewerkt heeft. Laten we beginnen met de potten zelf. Blauwe bessen wortelen vooral breed in plaats van diep, dus je hebt brede potten nodig in plaats van diepe potten. Potten kunnen vrij duur zijn, maar ik zocht iets goedkoop. De oplossing voor mij waren de SAMLA bakken uit de IKEA. Die zijn er in meerdere maten en in het zwart of transparant. Ik kocht de zwarte variant met afmetingen van 56x39x28 cm (inhoud 45 liter). Deze kosten 5.99 euro in België, maar 4.99 euro in Nederland. Zwart is natuurlijk een pak mooier voor in de tuin dan transparant. Deze bakken zijn perfect voor de planten. Ze kunnen vrij breed wortelen en toch is er genoeg diepte. Bovendien kosten ze bijna niets. Het staat je natuurlijk vrij om zelf een andere pot te kopen of een verhoogde bak in elkaar te knutselen.

Zon, zuurtegraad en mulch

Wat je zeker nodig hebt is een plaatsje waar de bessen van volle zon kunnen genieten, want dat hebben ze zeker nodig. Kies een zonnig plekje uit in de tuin. Planten in pot heeft het voordeel dat je zo’n plant al wel eens kan verplaatsen. Ik heb alvast de meest zonnige plek uitgekozen voor mijn bessen. Die plek delen ze met de tomaten, de pepers en de augurken, die iets verderop staan. Ze staan daar langs een hoge lange bakstenen muur, die dus voor wat extra warmte zorgt.

Ook belangrijk voor de teelt van de blauwe bes is dat ze absoluut en zonder uitzondering in zure grond moeten staan. Anders gaan ze dood. Grond met een pH waarde tussen 4.5 en 5.5 is dat dus. De meeste tuinen in Vlaanderen hebben een hogere pH, meestal rond 6 of 7, omdat de meeste planten, groenten en fruit een hogere pH nodig hebben. Een lage pH staat voor een zure grond, terwijl een hoge pH voor een basische grond staat. Doorheen de jaren verlaagt de pH van de grond automatisch. De pH van de bodem verhogen kan gemakkelijk door kalk te strooien. De pH verlagen is echter andere koek. Je kan dan turf doorheen de bodem werken maar dat is vrij zware arbeid. Denk dus altijd goed na voordat je kalk strooit op een stuk grond! Turf is een sponsachtige gedroogde grondsoort die ontstaat in moerassen. Het wordt gebruikt om grond te verzuren en om een betere waterhuishouding te verkrijgen. Turf kan immers bijzonder goed water vasthouden. Het wordt bijvoorbeeld ook gebruikt in de productie van sommige whisky’s. De natte ontkiemde granen worden gedroogd met behulp van de rook van een op turf gestookt vuur, wat de heerlijke rokerige smaak van o.a. Islay whisky’s oplevert.

Het gebruik van turf in de tuin is niet helemaal ecologisch, omdat de turfvoorraad op de planeet beperkt is. Maar in dit geval kunnen we bijna niet anders. Ik zie ecologisch tuinieren niet als een ja-nee verhaal. Ik zie het als een spectrum gaande van helemaal niet ecologisch tot maximaal ecologisch, waarbij beide duidelijk extremen zijn. Zonder voldoende turf heb je geen gezonde struik. Zonder struik heb je geen productie van zuurstof, geen hommels, bijen en vogels die gelukkig worden, geen nuttige insecten die zich nestelen in de mulchlaag, geen mooie plant die de bodem in leven houdt, enzoverder. Kies zelf maar wat voor jou “ecologisch” betekent. De turfsoort die ik gebruik voor de bessen is witveen, standaard te koop bij Schrijnwerkers of andere plantencentra en bovendien afkomstig van zo ecologisch mogelijke ontginning met overheidscontrole. Ook helemaal niet duur. Ongeveer 13 euro voor een zak van 250 liter. Je hebt zo ongeveer één zak nodig per vier planten (als je mijn methode volgt). Recent heb ik een tip gekregen van iemand. Kennelijk zou het ecologische cocopeat (o.a. te koop bij Ecostyle) een goed alternatief zijn voor turf. De pH ligt helaas tussen de 6.2 en de 6.8 maar volgens de tipgever in kwestie werkt het bij hem ook prima. Ik was zelf helaas te laat om het uit te testen.

Voor de teelt van blauwe bessen wordt er in volle grond meestal een breed gat gegraven dat dan voor de helft gevuld wordt met turf en voor de helft terug met de aarde zelf. Zware grond of lichte zandgrond kan dan weer wat extra turf gebruiken. In deze gaten worden de planten gezet. Ik teel in bakken, dus moest ik wat improviseren. Ik had geen grond op overschot en die zou sowieso niet zuur genoeg zijn. Verder is het absoluut af te raden om compost te gebruiken wegens een te hoge pH. Potgrond is ook gevaarlijk, omdat die vaak gekalkt is en dus ook een te hoge pH heeft. De mensen bij Schrijnwerkers hebben mij aangeraden om volledig in turf te planten, en dat heb ik dus ook gedaan. De bakken worden dus gevuld met turf en niets anders.

Maar laten we even nadenken… Planten, en zeker bessen, hebben water nodig! Te veel water is echter nooit goed. We moeten er dus voor zorgen dat het overtollige water weg kan uit onze bakken. Daarom boor ik per bak 8 gaten van 8 mm diameter. Vier gaten in de vier uiterste hoeken en vier gaten in het midden. Wees voorzichtig bij het boren in de IKEA bakken. Ze barsten snel. Zet je boor waar je een gat wil boren en boor snel maar zonder al te veel druk te zetten. Langzaam vormt er zich een gat. Laat de boor rustig en traag wat in dat gat zakken totdat je door de bak heen bent. Neem je tijd. Je wil geen barsten, al is dat het einde van de wereld natuurlijk niet. Vervolgens moeten we zorgen dat deze gaten niet dicht slippen met turf. Daarom brengen we een afwateringslaag aan. Hiervoor kan je allerlei zaken gebruiken, maar een goede optie zijn hydrokorrels. Dat zijn bruine uit klei gebakken korrels die als afwateringslaag gebruikt worden. Zo breng ik eerst een laagje van 3 à 4 centimeter aan. Met een zak van 40 liter kan je zeker in tien bakken een laag aanbrengen. Zo’n zak kost ongeveer 15 euro. De overschot kan je altijd gebruiken voor andere planten in pot.

Als dit alles gebeurd is kan de turf erin. Maar hier moet je opletten! Turf is moeilijk nat te krijgen. Vul een kruiwagen voor een derde met water en doe de turf hier beetje bij beetje in. Kneed de massa zodat alles vrij vochtig tot nat is. Nu kan je de bakken vullen. Vul de bak met een dunne laag van een paar centimeter. Je moet dat wat aanvoelen. Gewoon zorgen dat de plantkluit uiteindelijk ongeveer 2 cm onder de rand van je bak komt. Zet de plantkluit in het midden en vul vervolgens aan tot ongeveer een centimeter of twee onder de rand. Zorg dat de plant niet te diep of te hoog staat. De turf moet uiteindelijk gelijk komen te staan met de kluit. Geef nog een laatste keer een goede hoeveelheid water zodat de turf bovenaan mooi egaal komt te liggen.

De volgende stap is een mulchlaag. Bessen hebben veel water nodig, zeker wanneer de bessen groeien en rijpen in de zomer. In de zomer is het doorgaans warm, dus om de grond goed vochtig te houden gaan we een mulchlaag aanbrengen. Hiervoor gebruik ik houtschors. Dat werkt goed, verteert niet zo snel, houdt onkruid tegen en is nog mooi ook. Met een zak van 50 liter heb je zeker genoeg voor tien planten. Gebruik zeker geen gras als mulch, vanwege de te hoge pH. Je kan ook cacaodoppen gebruiken, maar die moet je na een jaar doorgaans vervangen omdat ze een beetje gaan schimmelen en donkerder van kleur worden. Die schimmel kan geen kwaad maar is niet zo heel mooi. Breng een laag schors aan tot aan de rand en je bent klaar!

Water, voeding en snoei

Vraag: wat zit er in leidingwater? Antwoord: kalk! Vraag: wat zit er in Leuven in kalk? Antwoord: leidingwater! Blauwe bessen geef je dus NOOIT leidingwater. Zeker ik niet, want ik woon in Leuven, waar ze het hardste water van België hebben. Dat wordt gelukkig zeer binnenkort wel opgelost, maar dat is niet relevant hier. De enige uitzondering die ik op deze regel maakte is bij het nat maken van de turf tijdens het aanplanten. Nadien geef ik ze nooit nog een druppel leidingwater. Op de plantage bij Schrijnwerkers geven ze zelfs water dat een beetje verzuurd werd om de pH onder controle te houden. Onderschat dit dus niet! Ik heb speciaal een regenton geïnstalleerd voor mijn blauwe bessen. In de Gamma verkopen ze een handige en goedkope ton waar je ofwel een PVC buis rechtstreeks in kan laten uitkomen, of die je met een tussenstuk op een reeds bestaande PVC buis kan aansluiten. Handig dus! Er kan meer dan genoeg water in voor een kleine tuin. Bovendien is het gemakkelijk er een tweede of derde ton langs te zetten die vollopen zodra de andere vol zijn.

De turf is arm aan voedingsstoffen, dus groeien die planten wel goed? Gelukkig wel, want ze hebben nog de kluit uit de pot en komen daar nog wel een tijd mee toe. Wanneer de bloei eraan komt is het wel tijd voor voedingsstoffen. April is daarvoor het juiste tijdstip (vóór de bloei). Osmocote is een gemakkelijk te gebruiken meststof en werkt langzaam maar goed, gewoon te koop bij AVEVE of elders. Meer hebben de planten niet nodig. Gebruik beter geen stalmest en al helemaal geen compost! Doe de mulchlaag even aan de kant en breng per 10 cm struikhoogte 10 gram Osmocote korrels (met een maximum van 100 gram per struik) onder de grond. Strooi ze over de turf en werk het voorzichtig een beetje onder de bovenste laag. Ga niet te diep en wees voorzichtig met de wortels die oppervlakkig groeien. Doe de mulchlaag terug erover en je bent weer klaar! Nu is het wachten op de heerlijke bessen in de zomer. Maak best je tuin zo insect-vriendelijk mogelijk. Voorzie misschien een insectenhotel of twee. De bloemen van mijn bessen ruiken alvast heerlijk en trekken een gigantische hoeveelheid hommels en bijen aan. Prachtig om te zien en natuurlijk fijn om die beestjes ook verder te helpen. Van andere insecten heb ik weinig last gehad. Rupsen had ik massaal, maar niet op de bessenstruiken. Bladluizen had ik ook hier en daar, maar niet op de bessenstruiken. Een makkelijke plant dus, tenminste als het op insecten aankomt.

Ten slotte moeten de planten ook gesnoeid worden. Dit gebeurt sowieso pas na het tweede oogstjaar, wanneer de planten een pak groter zijn geworden. Je kan dus rustig twee keer oogsten voordat je aan snoeien moet denken. De snoei gebeurt ook alleen wanneer de bladeren gevallen zijn. Zo rond december of januari is prima. De snoei is in ieder geval niet zo complex als de snoei van andere fruitsoorten zoals bijv. appels. In het algemeen geldt dat oude bruine takken weg moeten ten voordele van de nieuwe groene takken. Dat wil niet zeggen dat iedere bruine tak weg moet natuurlijk! Zorg gewoon dat de plant genoeg verlucht is en dat je een goede balans vindt tussen oude en nieuwe takken. Takken die vreemde richtingen uit groeien gaan er ook aan. We willen vooral een struik die naar boven groeit. Bij Schrijnwerkers hebben ze iedere winter een snoeicursus voor een paar euro. Je krijgt dan koffie, een lekker stuk bessenvlaai en een hele hoop uitleg. Achteraf stel je alle vragen die je wil stellen. De eigenaars zijn vriendelijke mensen die je graag verder helpen. Doe tijdens de cursus wel warme kleren, dikke sokken en stevige schoenen aan, want anders krijg je zonder twijfel koude en pijnlijke voeten! Ze hebben er trouwens tijdens de zomer ook zelfpluk dagen. Dan kan je met een grote emmer hun plantage intrekken en bessen plukken als een gek. Ik heb dat dit jaar op mijn verjaardag gedaan en ik kon mij niks leukers voorstellen. Want terwijl je plukt denk je al aan al die lekkere dingen die je ermee zal gaan maken!

Tot slot nog wat tips…

Zo nu hebben we het wel gehad geloof ik. Alle ingrediënten voor een succesvolle oogst. Misschien nog even meegeven dat je in de lente, wanneer er nieuwe bladeren aan de struiken komen, niet bang moet zijn voor verkleuringen. In de eerste lente was ik even bang omdat de bladeren wat bruiner/roder van kleur werden. Dat blijkt echter volkomen normaal te zijn. Iets later worden ze diepgroen. Daarna komen dan de bloemen. Eerst zijn dat witgroene kegeltjes, die dan wat later open gaan. Als je al bloemen hebt hangen en er komt nog nachtvorst aan: zet je planten dan zo warm mogelijk of bescherm ze met winterdoek! Nachtvorst is dodelijk voor bloesems, dus je moet ze zo goed mogelijk beschermen. Gelukkig was het op dat vlak een prima jaar. Eens de bloemen er zijn, verschijnen ook de bijen en hommels. Die komen massaal op de lekkere geur af. Na de bestuiving valt zo’n bloemetje eraf en blijft een klein plat vruchtbeginsel over. Dat wordt langzaam dikker en dikker (genoeg water geven in deze periode!) totdat je een mooie groene harde bes krijg. Die worden later dan zacht en blauw en blijven een hele tijd aan de struik hangen. Oogst op tijd of hang een vogelnet, anders snoepen die alles op! De bessen bewaren 3 weken in de koelkast of nog veel langer in de diepvries. Bessen invriezen is heel makkelijk: gewoon plukken, in een potje en zo snel mogelijk invriezen. Ze zullen niet aan elkaar blijven plakken in de vriezer. Achteraf kan je er nog confituur of andere lekkere gerechten mee bereiden. De confituur zou zelfs beter zijn van bessen uit de diepvries…

Ik laat hieronder nog een aantal foto’s zien van het hele proces. En ik hoop natuurlijk dat veel mensen ook blauwe bessen zullen telen want het is een prachtig stukje fruit waar je allerlei lekkere dingen mee kunt maken. Natuurlijk zijn aardbeien, aalbessen, kruisbessen, frambozen en bramen ook heel lekker, maar de blauwe bes blijft toch een uniek stukje fruit met een prachtige kleur en heerlijke smaak. Geniet ervan!

Foto’s

De bakken met de geboorde 8mm gaten

DSC04458

Hydrokorrels

DSC04459

De turf

DSC04470

Boomschors

DSC04462

De planten zelf

DSC04461

Bakken vullen met een dun laagje hydrokorrels

DSC04463

Turf goed nat maken

DSC04460

Bakken aanvullen met wat turf en de plantkluit erin zetten

DSC04464

Turf aanvullen tot iets onder de rand

DSC04465

Bakken gevuld!

DSC04468

Mulch aangebracht!

DSC04472

Een wasknijper met kleurtjes aanbrengen zodat ik de rassen van de planten kan onthouden

DSC04475

Alles klaar!

DSC04478

De pH van de turf voor de planten is alvast goed: moet tussen 4.5 en 5.5 liggen.

DSC04481

Terwijl de pH elders in de tuin een pak hoger is… Goed voor kool bijvoorbeeld!

DSC04482

De planten die ik vorig jaar heb aangepland zijn ondertussen al goed gegroeid!

DSC04467

Dit waren de planten tijdens de vorige herfst

IMG_2727_bewerkt

En dit zijn de planten tijdens de bloei, druk bezocht door hommels en bijen

964464_10200666913969127_1651267003_o

Fama, Shiller en Hansen winnen de Nobelprijs voor Economie

Ik krijg net te horen dat Eugene Fama, Robert Shiller en Lars Peter Hansen de Nobelprijs voor economie hebben gewonnen en ik ben daar heel gelukkig mee. Ten eerste omdat men expliciet erkent dat onderzoek naar prijzen op financiële markten (of asset pricing) belangrijk is. En daar ben ik natuurlijk blij mee, want ik doe zelf ook aan zo’n onderzoek. Ten tweede omdat ik eigenlijk een grote fan ben van Fama. Het is waarschijnlijk dé academicus waarvan ik de meeste papers heb gelezen, hetgeen niet echt een uitzondering is wanneer je onderzoek doet in asset pricing. Als ik me niet vergis is hij de meest geciteerde financieel econoom die er bestaat. Hij gelooft in efficiënte markten, maar dat is niet meteen de reden waarom ik grote fan ben. Trouwe lezers van mijn blog weten immers dat ik agnostisch ben over het hele efficiënte vs. irrationele markten verhaal, met een overhang naar efficiënte markten toe. De reden waarom ik hem zo’n fantastische onderzoeker vind, is omdat hij mij al zo vaak een “ahhhhjaaaa!!!!” moment heeft bezorgd. Zijn papers zitten bomvol fantastische maar intuïtieve ideeën. Ook is hij niet dat soort academicus die zijn papers vol complexe wiskunde stopt. Hij is een empiricus, iemand die data analyseert. Dat zijn de dingen die ik zelf ook het liefste doe, en bijgevolg kan je wel inzien waarom ik een fan ben van zijn werk.

Met het werk van Shiller en Hansen ben ik iets minder vertrouwd. Shiller heeft natuurlijk een aantal bekende boeken geschreven die hier ook in de kast staan, zoals Animal Spirits of Irrational Exuberance. Aan de titels herken je al meteen dat Shiller geen fan is van de efficiënte markthypothese. Inderdaad, hij leunt meer naar de andere kant toe. Markten zijn irrationeel, dat soort zaken. Hij heeft daartoe ook veel interessante contributies geleverd. Verder weet ik van hem nog dat hij samen met John Campbell een bijzonder handige formule heeft uitgewerkt in 1988. Die formule laat ons toe om een aandelenprijs op te splitsen in een aantal determinanten, en heeft veel interessant onderzoek mogelijk gemaakt. Over Hansen weet ik nog minder, buiten dat hij een statistische methode heeft ontwikkelt die GMM heet, of Generalized Method of Moments. Dat is een bijzonder populaire en ook goed presterende methode om parameters in econometrische modellen te schatten. Onderzoek in asset pricing gebruikt de GMM methode ontelbaar vaak. Veel studenten TEW of Handelsingenieur zien tijdens hun eerste of tweede jaar statistiek de “methode van de momenten”. Dat is een methode waarbij je parameters gaat schatten door theoretische ‘momenten’ (zo heet dat dan…) gelijk te stellen aan momenten die je berekent uit de steekproef. Even rekenen en je hebt de parameters. GMM is ongeveer hetzelfde, maar veel complexer.

Maar als Fama-fan ben ik natuurlijk vooral blij dat men zijn werk erkent. Hij heeft bijzonder veel belangrijke contributies geleverd. Ik kan ze onmogelijk allemaal opnoemen. Eén van de belangrijkste is ongetwijfeld het Fama-French three factor model. Dat model biedt een antwoord op de vraag: “waarom heeft aandeel A een hoger rendement dan aandeel B?”. Bovendien heeft dat model een einde gemaakt aan het Capital Asset Pricing Model (CAPM), dat stelde dat alleen beta van belang was om het rendement van een aandeel te bepalen. Hij heeft ook recent nog een grote studie gedaan naar één van mijn favoriete onderwerpen: actief portefeuillebeheer. Of m.a.w.: hebben portefeuillebeheerders eigenlijk wel iets te bieden? Hebben ze écht vaardigheden of hebben ze gewoon geluk en kan je beter al je geld in een passief indexfonds steken? De conclusie is dat ze gewoon geluk hebben. Een heel klein aantal fondsbeheerders lijkt echter de juiste vaardigheden te hebben, maar hun hoge fees eten helaas de extra winsten op zodat je er als klant niet veel aan hebt. Uiteraard heeft hij ook de theorie van de efficiënte markten uitgewerkt in twee populaire papers. Die theorie stelt dat alle beschikbare informatie reeds in prijzen verwerkt zit, en je dus niet moet verwachten dat je het beter zal doen dan anderen op de beurs. Hierover heb ik al een heel aantal stukjes geschreven.

Al bij al heeft zijn werk het veld bijzonder sterk vooruit geholpen, en daar is deze prijs het ultieme bewijs van. Zelfs de grootste tegenstanders van de efficiënte markthypothese kan niet anders dan dat toe te geven. Vergeet echter niet dat naast Hansen ook Shiller de prijs heeft gekregen. Hij gelooft in de omgekeerde wereld van Fama. En nu begrijp je ook waarom ik mijzelf een agnost noem als het op efficiënte vs. irrationele markten aankomt.

Statistiek en recht

Iets wat ik regelmatig zo eens denk, is dat men in het hele rechtsgebeuren eigenlijk toch niet heel veel bezig is met statistiek (in de zin van probabiliteit, niet in de zin van cijfers bijhouden op een computer). Die mening is uiteraard onderworpen aan mogelijke onwetendheden aan mijn kant. Ik heb zo ooit eens een anekdote gelezen in een boek (ik geloof The Black Swan, maar ben helemaal niet zeker) over een moeder die terecht stond. Ze had twee kinderen gekregen en beide zijn kort na hun geboorte overleden. De openbare aanklager vond dat zoiets altijd wel één keer kan gebeuren, maar als het twee keer gebeurt, dan is er toch stront aan de knikker! De advocaat volgde dezelfde redenering. Ze spraken van een ziekte die maar heel weinig voor kwam bij kleine kinderen maar altijd tot de dood leidt. De kans op die ziekte was heel klein, bijv. 0.01%. Als zoiets je één keer overkomt, heb je dikke pech natuurlijk. Laat staan dat het twee keer gebeurt. En dat was dan ook het argument van de openbare aanklager. De kans dat zoiets twee keer gebeurt is zóóó klein dat de vrouw wel schuldig MOET zijn! 0.01% x 0.01% = 0.000001% of 1 keer per 100 miljoen gevallen. Zoiets kan toch gewoon niet! Ten eerste, zoiets kan natuurlijk wel. De kans om EuroMillions te winnen is zelfs kleiner, en er bestaan genoeg mensen die EuroMillions gewonnen hebben. Maar ik snap hun punt wel, de kans is zo klein dat die hypothese wel heel onwaarschijnlijk lijkt. Al was de openbare aanklager natuurlijk wel vergeten dat als je één baby hebt die overlijdt aan zo’n ziekte, dat de kans dat het nog eens gebeurt véél groter is, vanwege het feit dat het één en dezelfde moeder is die de kinderen baart. De gebeurtenissen zijn niet onafhankelijk en de hele 0.01% x 0.01% berekening klopt dus niet.

(Ondertussen heeft mijn Twitter-kameraad Koenfucius mij een link naar het hele verhaal bezorgd, waarvoor dank, Koen! Hier te vinden: http://en.m.wikipedia.org/wiki/Sally_Clark)

Ook zat ik laatst met mijn vriendin naar De Rechtbank te kijken, een bijzonder interessant programma. En daar komen nogal eens wat dronken chauffeurs langs. En wat ik toch niet kan laten, is opmerken dat degenen die gewoon een verkeersbord omrijden of ergens in een rij geparkeerde auto’s crashen, er altijd zo goed mee wegkomen! Ik zag er zelfs eentje lachen nadat hij zijn straf hoorde. Een paar honderd euro boete, misschien een kleine werkstraf. Naar mijn normen is dat toch vrij goed wegkomen, niet?

In ieder geval, als vakidioot kan ik het niet laten om dan telkens te denken… what if? Stel dat ik op dit moment op café zit. Ik drink 10 pinten. Ik ga naar buiten en stap in de auto. Ik woon 15 minuten verderop. Hoe ziet de kansverdeling van de komende 15 minuten eruit voor mij? Wel, ik geef maar een voorbeeld:

  • 96% => ik kom ongedeerd en zonder problemen thuis aan
  • 2% => ik word gepakt door de politie, moet blazen, en krijg een boete
  • 1% => ik vlieg ergens in de gracht en mijn auto is total loss
  • 1% => ik neem een fietser mee en die sterft aan zijn verwondingen

Uiteraard is dit slechts een voorbeeld. Er zijn honderden, zoniet duizenden dingen die kunnen gebeuren, maar die kan ik natuurlijk allemaal niet opnoemen. Ik denk dat er niet veel mensen zullen beargumenteren dat ik niet gestraft dien te worden. Vanaf het moment dat ik dronken in de auto stap, verdien ik een straf. Waarom? Omdat ik bewust het risico verhoog dat ik schade zal aanrichten aan derden, waarvan zelfs een niet te onderschatten kans om mensen te verwonden of te doden. En natuurlijk verhoog ik ook het risico dat ik zelf zal sterven. Maar helaas, we kunnen niet iedereen pakken. Er worden maar 4 op 100 chauffeurs gepakt in mijn voorbeeld, want die anderen komen zonder veel problemen thuis aan.

Wat is mijn punt dan? Wel, dat die 4 chauffeurs die gepakt worden een andere straf zullen krijgen. Dat we die 96 anderen niet pakken, daar kunnen we weinig aan doen. Maar we kunnen op zijn minst die 4 gepakten op een eerlijke manier bestraffen. Die 2% moet een boete betalen en is mogelijk ook een tijdje het rijbewijs kwijt. Die 1% grachtliggers krijgen wellicht een kleine boete voor dronken rijden, who knows. Maar die 1% die de fietser dood rijden, wat gebeurt daarmee? Die krijgt wellicht een gigantische boete, misschien zelfs een gevangenisstraf en niet te vergeten de eindeloze misprijzing van de maatschappij. Nochtans hebben al die 100 chauffeurs exact hetzelfde gedaan. Sommigen hebben geluk gehad, anderen iets minder. En het is daarom dat ik het zo vreemd vind dat rechters milder lijken wanneer er niet al te veel schade werd aangericht.

Ik besef maar al te goed dat we niet iedereen kunnen pakken. Maar eenmaal de mensen gepakt zijn, wat houdt ons tegen om hen te bestraffen op basis van de kansverdeling die ze gekozen hebben, in plaats van de uitkomst uit die kansverdeling? “Ah, gij kiest ervoor om dronken te rijden, dat is dan X euro of Y gevangenis”. En dan maakt het niet uit of je een fietser meehebt of niet. En natuurlijk zijn er ook nuchtere mensen die ooit eens een fietser meenemen, maar die hebben dan weer een andere kansverdeling (veel minder risicovol uiteraard) en hoeven dan ook niet zo hard (of zelfs helemaal niet) gestraft te worden. Nog een voorbeeldje: ik sla iemand tegen zijn oogkas en hij valt van de trap. Breekt hij zijn nek, dan heb ik doodslag aan mijn broek. Breekt hij zijn wijsvinger, dan betaal ik misschien een kleine schadevergoeding. En nochtans hangt veel van die uitkomst af van het geluk, van het toeval.

Al bij al, ik pleit ervoor dat men meer rekening houdt met het toeval bij het straffen van mensen. And for that matter: ook bij het belonen van mensen (in de bedrijfswereld vooral dan). Geef iedereen die een bepaalde “kansverdeling” kiest een gelijke straf, ongeacht de uitkomst van die kansverdeling. Degene met geluk straffen we dan meer dan nu, degene met pech wellicht iets minder. En gemiddeld komt de straf mooi overeen met de daad, en hebben we dat hele systeem van “geluk hebben” weer iets minder belangrijk gemaakt. Iedereen gelijke kansen, toch? Ik vind het daarom ook jammer dat studenten in de Rechten geen statistiek krijgen (aan de KUL toch niet althans, al is het wel een van de tientallen keuzevakken, wellicht niet echt populair). Dat is jammer, want mensen hebben van nature uit een aangeboren drang om kansen en statistiek te negeren. Dat is al vaak wetenschappelijk aangetoond (zie bijv. het werk van Kahneman). Dus zoiets moet in onze opleiding zitten. Zelfs al op het middelbaar, vind ik.

Maar zoals ik al zei, ik ben geen specialist terzake en ik vertel hier gewoon maar wat observaties die ik maak terwijl ik TV kijk. Net zoals bij iedereen is mijn hersenactiviteit ook niet optimaal tijdens het TV kijken, dus vergeef mij mijn schulden… 😉